login .  links .  contact .  map .  stats .  search
news
theory
building
design
gallery
time
download
Huid . tijdelijkheid . lichaam
Eric Vanderfeesten on 2000.03.01













huid
De huid van een entiteit ’groeit’ mee in de ontwikkeling van de entiteit. Bij een ouder wordend mens, om het op een concreet vlak te relateren, vervormd de huid mee in het verouderingsproces, hij verrimpeld, verkleurd en verweerd door zonlicht en tijd. Huid plooit zich rond het lichaam als een vacuümverpakking rond zijn inhoud, ondanks dat huid geen vacuüm getrokken vorm is die overblijft na een grootschalige straktrekking, maar juist tevens een tussenruimte creëert, waarin zich een extra kwaliteit kan vestigen die juist deze tussenruimte benut als stootbuffer voor externe invloeden en de inhoud juist beschermt tegen invloed van buitenaf. Hoe een huid als element van architectuur in een ontwerp tot stand kan komen, is een vraag die gerelateerd aan een grote hoeveelheid van factoren een spel aangaat dat niet los te denken is van juist één van de factoren. Als er geen huid bestond, werden externe invloeden volledig opgevangen of doorgevoerd op het lichaam, waartegen het vaak niet bestand is. Een andere kwaliteit die huid in zich besloten heeft is de rekbaarheid en vervormbaarheid. Deze eigenschappen zijn van belang bij de opvatting en uitvoering van hoe je een huid wilt hebben. Aspecten als rekbaar komen heel direct terug in verscheidene mode-creaties. Latex als ‘hoes’ over je hele lichaam, die zich meevormt naarmate de te bedekken vorm (het lichaam) verandert. Trek maar eens een latex pak aan en probeer zo veel mogelijk tennisballen tussen de twee onderdelen, huid en lichaam, te persen. Hier zie je hoe ‘rekbaar’ de materiaaleigenschap, maar algemener de huid kan zijn.

lichaam
Lichaam in zijn meest banale vorm van betekenis verhaalt puur het levenloze ‘ding’, de rest die los van alle inhoud overblijft, als de organen en spieren hun primaire functie hebben neergelegd of beëindigd. Zijn op het eerste gezicht primaire belang is de totale inhoud bijeen te houden, onder schijnbaar alle op het moment heersende milieus, omstandigheden. Echter concreet zijn deze milieus natuurlijk lang niet alles insluitend. Het schijnbaar brede scala aan mogelijkheden, aan toleranties, geschikte situaties is van een dermate beperktheid, dat de ruime instelling van het alles tolererende lichaam hier al niet op gaat. Wat sluit deze eerste banale benadering nu in en wat uit? Dit is niet te beargumenteren zonder gebruik te maken van, zo op het eerste oog, onlosmakelijk verbonden termen als Lijf, geest en huid. Praat je namelijk niet in meerdere situaties over lijf terwijl je lichaam of huid bedoelt?

Het lichaam is hier dan ook op te vatten als een in eerste instantie concreet verhaal. Sprekend over lichaam, wordt veelal bedoeld de topografische term lichaam. Hierbij gesteld dat de topografie van een lichaam een positionele plaatsbepaling van een één-, twee- of driedimensionale figuur in de ruimte is, waarbij alle coördinaten van hoekpunten en verbindingen afgetekend moeten kunnen worden in een plaatsbepalend coördinatenstelsel. Is er sprake van een gebrek van één of meerdere dimensies dan spreek je niet meer over een lichaam, dat juist als basis geldt voor de omgeving waarin begrippen als huid, leven, tijd, vlees, ambacht, lijf e.a. gevormd worden. Als tweede dient opgemerkt te worden dat verandering van topografische informatie, niets verandert aan de identiteit of herkenbaarheid van een lichaam; de enige invloed is hierbij dan ook een verandering in plaatsbepaling van een lichaam in een ruimte. Het lichaam wordt niet direct als lichaam bedreigt door factoren als klimaat, de condities waarin het lichaam zijn plaats heeft gevonden zijn dan ook niet van invloed op het lichaam. Echter de bewerkingen die aan het lichaam worden uitgevoerd hebben uiteraard wel degelijk invloed op het lichaam. Verschillende behandelingen als verven, ruwer maken, poetsen, lakken, vernissen dienen in deze meer als huid dan dat zij een directe invloed hebben op het lichaam.
Naast de konstruktie, het lichaam, kan de huid juist met zijn eigen persoonlijke kwaliteiten als rekbaarheid en vervormbaarheid, juist een ervaringswereld scheppen die enigszins los van het lichaam kan leven, zijn eigen creatie vormen, zijn eigen ervaring opdoen en uitstralen, onafhankelijk leven in een ander schaalniveau dan het lichaam. Een wereld creëren die een geheel eigen ervaring en beleving oproept.

tijd(elijkheid)
Ten aanzien van de tijd(elijkheid) met betrekking tot lijf en architectuur is het volgende citaat kenmerkend voor de achtergrond van het thema, waarbij opgemerkt dient te worden dat het slechts een vertolking en zienswijze is, maar die zeker inspirerend kan zijn als thema van tijd(elijkheid):

life sentence
You have to actually live in architecture, while in cinema, questions are raised or occasionally answered in various ways. Architecture is a synthesis of questions and answers, and eventually an answer again that can be a "Life Sentence". In the cinema, that is, thank God, not the case, because you can get up and leave when you want. Once a building is constructed, however, no one can just get up and walk out; you are in for good. And once a city has been planned and built this way or that, there are hundreds of thousands sealed inside who can’t just walk out. (Rem Koolhaas – S,M,L,XL)
Hier wordt een beeld geschetst van architectuur als tijdelijke ervaring, terwijl architectuur nu juist, in het huidige tijdsbestek, een niet tijdelijke functie heeft. Eenmaal gebouwd, helaas, het staat er nog wel een tijd. Nu kan je je afvragen in hoeverre tijd een rol kan spelen in de realisatie van architectuur? Projecten als Project XX waarin beoogd wordt door duurzaamheid het object na een periode van twintig jaar tot stof terug te laten keren, kunnen uiteraard een mogelijkheid zijn om architectuur en tijd te koppelen alsof het twee waarden zijn die wel degelijk direct te koppelen zijn, echter in de huidige maatschappij wordt toch aangenomen dat architectuur geen vorm van beeldend werk is dat maar voor korte periode aanschouwd dient te worden ook al is het misschien wel mogelijk. De Egyptenaren dachten ook niet toen ze de piramides van Gizeh bouwden; goh laat ons object maar een tijdelijke schepping zijn, nee juist niet. De gedachte was juist een eeuwige architectuur te creëren zodat deze ver in de toekomst aanschouwd kan worden als tijdsdocument

Tijd als factor voor architectuur is mede afhankelijk van zijn omgeving, en maatschappij. De wereld waarin een object tot stand wordt gebracht is op dat moment van belang. In enkele gevallen wordt zeker naar het tijdsaspect gekeken, waarin een toekomstbeeld voor de te ontstane maatschappij gevormd wordt en al in de architectuur ingegaan wordt op deze eventuele veranderingen. Hierop wordt ingespeeld. Echter vanaf het eerste moment dat er überhaupt over architectuur nagedacht werd, zelfs eerder toen de mens zijn omgeving creëerde en hiermee een stap zette naar het totale dirigeren van zijn directe omgeving is er sprake van tijd en architectuur.
Het middel om een landschap te maken heet architectuur. Het is het in bezit nemen van de natuur door er een orde, een ‘menselijke orde’ in aan te brengen.
Dit kan op allerlei manieren gebeuren. Door het aanwijzen of het geven van een naam bijvoorbeeld. De geschiedenis doet ons voorbeelden genoeg aan de hand hoe door het benoemen van een berg, een open plek in het bos, of een boom, de mens zich een wereld schept, waarin hij zichzelf en de natuur waarin hij zich bevindt een plaats geeft. Door het aanwijzen, het naamgeven, ontstaat er een grens in ruimte en tijd. Er ontstaat een middelpunt en, daarmee samenhangend afstand en oriëntatie. De ruimte is ineens niet meer mateloos, maar erkenbaar, beheersbaar, beleefbaar. Het naamgeven aan een ruimtelijk teken is echter ook het stichten van een tijdrekening, voor en na, verleden en toekomst, herinnering en oorsprong. En door die daad ontstaat dan niet alleen een wereld maar ook een gemeenschap.

De plek waaruit alles ontstaat is heilig, het eerste onzichtbare kerkgebouw. Door het scheppen van die wereld vangt het werk aan die wereld pas aan. Architectuur blijft niet bij het aanpassen of naamgeven. Ze gaat op de gegevenheid ingrijpen, ze wijzigen, aanpassen, de ordening ervan zichtbaar en bruikbaar maken. Er wordt wel gesteld dat de plaats en tijd van een bouwwerk altijd permanent vastliggen, doordat ze in een bepaalde tijd en plaats voorkomen, en dus niet in een afwijkende situatie. Echter sprekend over bouwwerken die juist bedoeld zijn een eeuwigheid en volmaaktheid te vertolken; uit te stralen, is het dan niet zo dat juist deze plaats en tijd van een volkomen inferieur belang zijn? Immers, is de primaire doelstrekking van deze bouwwerken niet het continu doorlevende geloof en de immortale uitstraling waardoor nu net kathedralen en kerken, maar ook moskeeën of tempels hun eeuwigheid en respect bewaren? Niet voor niks is nog altijd een "silent talking"-sign in een dergelijk gebouw van kracht.

Natuurlijk kenmerken specifieke bouwwerken het symbool van een stad, maar het is belangrijk in wat voor een volgorde deze tot stand komt. Is er eerst een specifiek bouwwerk, waardoor de stad een gezicht, een sfeer krijgt? Of is er juist eerst een sfeer waardoor het symbool ontstaat, dat de sfeer ondersteunt?

Eeuwige architectuur is nooit eeuwig, eeuwige architectuur bestaat niet en zal waarschijnlijk ook nooit komen, al moet gezegd worden dat de piramides van Gizeh een aardige stap in de goede richting zijn. Deze immense bouwwerken dragen nog steeds tot verbeelding uit over hoe het er toen aan toe gegaan moet zijn, maar ook over wat de relevantie ervan voor de hedendaagse leefwijze is. Niet voor niks herleven oude filosofische wetten en leefregels in het leefklimaat van vandaag de dag, neem de ‘trent’ van Feng Shui, maar ook de boeddhistische regels staan volop in het leven. Echter gezegd moet worden dat inderdaad deze oude levensfilosofieën ‘aangepast’ worden aan een voor de huidige maatschappij geschikte vorm. Is dit in de architectuur ook zo te zien? Zeker is waar dat vele ‘oude wetten’ omgetoverd worden tot een architectuur voor deze dag. Sfeer en functie veranderen met de tijd. Niets zo wisselvallig als sfeer, als "happiness and religion", maar moet hierop nu juist ingesprongen worden door juist eeuwige architectuur proberen te maken? Of moet nu juist eens los van dit, zoals gezegd, wisselend verschijnsel een algemene architectuur ontworpen worden, die inderdaad een voort-durende verschijningsvorm heeft?
Er zijn vele stille, kille kerken; ze hebben een geschiedenis, een verleden rood van branden, van beeldenstorm en fanatieke vernielzucht. En niet zelden zien deze kerken er werelds en paleisachtig uit, met een elan van grandioze siermotieven, met welige sculpturen aan marmeren communebanken en altaren, met modieus elegant snijwerk aan houten biecht- en preekstoelen, met beelden zo nauwkeurig gehouwen dat een levendigheid er vanaf straalt. Men zou er moeten rondwandelen, gelaarsd en gespoord, met een over de grond slepend zwaard, zoals op oude afbeeldingen van kerkinterieurs te zien is, terwijl een hondje rustig rondsnuffelt en de grafstenen beruikt, waarmee de vloer is geplaveid. Nee, de functie van het kerkgebouw is niet meer zo aanwezig als voorheen, echter nu heden ten dage wordt deze functie door heel andere gebouwen en symbolen uitgedragen.

Het kerkgebouw is er als een vreemde aanwezigheid. Het trekt aan, wekt verwachtingen, maar een vereenzelviging ermee is niet meer mogelijk. Het behoort tot een andere tijd. Symbolen van lang vervlogen tijden, nu nog aanwezig in de vorm van onder andere kerkgebouwen, geven inderdaad een beeld van toen, een profiel van een samenleving. De relevantie ervan voor de huidige maatschappij is in eerste instantie misschien niet duidelijk, maar doet dit ter zake? Is het niet van groter belang te weten en te zien hoe symbolen bewaard blijven, bij niemand komt toch de gedachte in zich op de piramides van Gizeh af te breken, ookal zijn ze nu vaak niet meer dan een toeristisch oord voor pelgrims. Architectuur bestaat nu en zal zijn waarde behouden, vandaar dat tijd en architectuur wel degelijk onlosmakelijk met elkaar verenigd zijn. Dat er (nog) geen ‘instant-architecture’ is die slechts voor eenmalig gebruik bestemd is, geeft aan dat de importantie ervan juist een kwaliteit ontplooit die niet anders te zien is.
theory
Confection for the masses in a parametric design of a modular favela structure
gePOPt wonen
Peter Eisenman - Diagram Diaries
Diller + Scofidio
Gilles Deleuze & Félix Guattari - Rizoom
Carel Weeber – ‘Ex’ Architect
Situationist Urbanism reflected on Cities in Transition
Camiel van Winkel - Moderne Leegte
De misvattingen van multicultureel Nederland
Politiek-filosofische verdiepingen over multiculturaliteit
Toekenning Culturele Identiteit
Wat is en doet culturele identiteit
Gecekondu - Turkish architecture of the everyday
Het zwevende lijf
Huid . tijdelijkheid . lichaam
Lagenstructuur in context
lijf en deform
lijf en kunst - mondriaan.pollock.rothko
lijf en psyche
Plees or Non-Plees
Sensibiliteit
vinex . persoonlijkheid . passie
Advertisement
Advertisement
http://eindhovenseschool.net/
http://www.unicef.nl/
poweredby © e107.org, implementation by © evanderfeesten.nl all content is © their respective owners, contact [email] for more information.
Render time: 4.0251 second(s); 3.6722 of that for queries.