Als eerste laag zie ik herkenbaarheid, deze laag wordt gecreëerd door een raster van herkenbare punten, elementen van architectuur die op wat voor wijze dan ook continu 'te zien' zijn, bijvoorbeeld door de hoogte van deze punten, torenhoog uitpuilend boven de stad, als bomen in een grasveld, als een basketballer tussen dwergen, stralend van pracht en praal in zijn grootsheid. Langzaam maar zeker nadert het gevaarte je, je kan er niet van ontsnappen, continu voel je zijn aanwezigheid. Komend uit de diepte van de binnenstad, binnen gesloten in een andere laag van de structuur, baan je je een weg door het oerwoud van stedelijkheid, het maakt niet uit, er is niet van weg te vluchten.
Naalden in de stad is een benoeming voor deze ‘bomen’, maar naast uitzonderingen, pieken in een stedelijk gebied kan ook een structuur aangehouden worden die op het gehele stedelijke landschap komt te liggen.
De manier waarop Hausmann in Parijs zijn lanen en boulevard typologie heeft ingevoerd, is een vergelijkbare situatie. Hierdoor ontstaat een duidelijkheid die ongekend is. Waar je ook bent in Parijs, overal kom je weer uit op een boulevard die weer aangesloten is op andere boulevards die dan weer leiden tot de pieken, zoals de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe, of de Avenue des Champ Elysees.
Herkenbaarheid is een groot goed, aanwezigheid siert het, onwrikbaar, onverwoestbaar steekt het zijn kop boven het veld uit. Deze laag dient nadrukkelijk aanwezig te zijn, door zijn grandeur, maar ook zijn sierlijkheid, weet het zich een weg te banen in de stad, weliswaar standvast in zijn locatie maar door zijn massiviteit, of juist door zijn aanwezigheid, zijn deze 'punten' als een oriëntatiepunt voor de hele stad, wat is meer opluchtend dan nadat je twee weken gezwoegd, en gestreden door een oerwoud aan verstrengelingen, een kolkende amazone, dichtbebouwd, volgestouwd, vrijgeworsteld komt tot een punt waar je als het ware het licht weer ziet schijnen, een punt dat zoveel emotie kan oproepen alleen door zijn aanwezigheid, erkennend dat dit nu juist een punt is waar geen ontsnappen aan mogelijk is, maar waarbij je nu juist niet hoeft te ontsnappen, aangezien het nu juist een element van …juist ja..herkenning teweeg brengt. Deze oriëntatie gevestigd op slechts herkenning is nu juist de kwaliteit van deze eerste laag. Dit is herkenbaarheid.
Een tweede laag die hier overheen gelegd kan worden is de laag van de verwarring, na een vast patroon aan herkenbaarheid is nu juist deze laag complementair hieraan. Wat is niet heerlijker als wandelen, slenteren, in een onbekende stad, geen herkenning te hebben (laag 1), maar juist leven met de minuut, zwetend van ellende, tergend van de pijn van de onzekerheid. Waar was nou dat pleintje? He, is dit niet dat hoekje van zojuist? Dat is nu juist het heerlijke aan een onbekende stad, niet wetend waar je bent, geen vastigheden, geen herkenning hier in dit oerwoud, in deze brei aan huizen, pleinen, markkramen en wat nog meer. Onzeker slenterend, of juist rennend van zenuwen, wetend dat je ieder moment verslonden kan worden door deze schijnbaar onuitputtelijke voorraad van evenzo schijnbare stedelijke interventies, verslonden in een dicht web van gezelligheid. Geen licht dringt meer binnen, geen hemelkoepel te zien, dit is de verwarring die je ziet. Echter niet vergeten moet worden dat deze verwarring nu zorgt voor een mate van ontdekking die genoodzaakt is om een stad te leren kennen, de desoriëntatie maakt je onbekendheden zien die je nooit gevonden had bij een rechtlijnig duidelijk zichtbare structuur. In iedere stad dient een mate van 'groei' te zitten, elementen die (schijnbaar) onmogelijk bedacht kunnen zijn, niet uit het hoofd van de 'bedenker', niet uit de pen van de artiest, niet uit … of toch wel? Dit is het spanningsveld tussen bedenker en gebruiker, een nauw nevel aan onbekendheid, niet de een, niet de ander, wie dan wel ? Natuurlijk is een deel van deze verwarring niet een complete zenuwinstorting, niet een deel in wel degelijk bedachte structuur, uit de pen van de artiest getoverd. Uiteraard, dat kan haast niet anders, een groeiproces dient opgang gebracht te worden, gestart voor verder gebruik, aangezwengeld tot een zelfopererend orgaan. Een deel van de verwarring is bedacht, een deel ook niet. Een deel dient gegroeid in de tijd, ontstaan uit verlangens, gecreëerd uit hoop, ontsprongen aan gedachten, neergezet in een daad. Hiervoor zou je vergelijking kunnen maken met het ‘Belgisch systeem’ waarin je op je verworven kavel zelf aan de slag kan gaan, waar geen welstandscommissies en keuringsdiensten gelden, waar geen bestemmingsplan je verhindert te bouwen wat je nodig acht. De beelden van een goed Belgisch dorp zijn hierin veelzeggend. Juist nu deze structuur kan ontstaan tussen de lanen en boulevards van Parijs, zoals beschreven in herkenbaarheid. Gebieden tussen herkenbare aspecten in de stad, volledig over laten aan hun lot, waardoor je een cluster krijgt van zelfregulerend, zelfvoorzienend domein van het plaatselijk volk. Een cluster vol verwardheid, grijze gebieden van onduidelijkheid; gebieden van verwarring. De gegroeide verwarring en de bedachte verwarring zijn beide samenhangend aanwezig, verstrengeld in een strijd ter creatie van stedelijk gebied. De kunst is nu deze strijd te laten resulteren in een combinatie waardoor een stedelijkheid ontstaat die niet bedacht overkomt, maar voor de ontwerper een herkenbaar beeld doet ontstaan. Dit is verwarring
Er is nog een derde laag in de structuur aanwezig, namelijk een laag van overlevering, overgave. De inhoud van deze laag kan ookwel gedefinieerd worden met restruimte, al geeft dit een erg negatieve klank. Deze ruimte is botweg de ruimte die overblijft na opeenlegging van herkenbaarheid en verwarring, maar kan echter ook gebied behelzen dat al reeds in de twee voorgaande lagen ligt besloten. Deze gebieden zijn op te delen in verschillende delen, zoals het eigenlijk overgebleven deel na opeenlegging, en de ontwikkeling van meerwaarde ontstaan uit een kwaliteitsverbreding of een bepalende combinatie van kwaliteiten. Juist dit laatste deel is het meest interessant voor de stedelijke omgeving. Hierin ontstaan de verhalen van de stad, gebied waar nu eens gelukkig géén voorgemaakte gedachte vanuit gaat, geen ge-pre-definieerde vertolking van Zo-hoort-het-en-niet-anders, waar is nog de plek om vrij te doen en te laten naar je eigen wensen? Waar kan je nog ravotten in het spel van de nacht, je eigen beslissing ten aanzien van je omgeving nemen? Juist ja…de derde laag. Hier kan je vol overgave je eigen spel van de stedelijkheid spelen. Vind je dit een goede ruimte voor toneel, gebruik het dan ook! Is dit de skate-droom van je leven? Doe het dan ook. Benut nu eens de ruimte om je heen voor je eigen emotie-uitingen, je eigen dromen. Benut nu eens de nog continu telkens weergegeven voorbedachte rade, het voorgekauwde materiaal, neem afstand, en maak je eigen keuze. Laat je eigen emotie spreken, uit je verliefdheid in het stedelijk gebied. Creëer mogelijkheden, benut kansen, speel het spel volgens je eigen regels. Benut de kansen, zoals de ratten het riool overnamen, de vogels vliegen waar ze willen, de wind waait waar ze wil. Dit is overlevering, overgave.