Gecekondu zijn van oudsher Turkse bouwwerken, structuren; en kunnen ruwweg vertaald worden met de term "huis-gebouwd-in-een-nacht".
Het schijnt dat slimme bouwers gebruik maakten van een clausule in de Turkse wet die de snelle bouwers (en dat wil zeggen in één nacht), het toeliet hun creatie te handhaven en toe te laten mits het aan de voorwaarde voldeed, dat bij zonsopkomst de wanden en het dak een ruimte afschermden die droog bleef en als dan de thee stond te koken, was het volgens die wet een te handhaven bouwwerk en diende beschermd te worden volgens diezelfde wetten.
Nu is voor ons Westerlingen de term in-één-nacht-bouwen veel meer verbonden aan een projectmatige en zeker zo tijdelijke functie, echter niet in Turkije. Hier betrof het bloedserieuze ernst, een ruimte om te wonen, droog bij regenval, en bescherming biedend tegen kou en hitte. Deze bouwwijze met al zijn verbindingen van doek, touw, plaatmateriaal zo van de schroot, papier, stenen, stokken, en al wat meer voor handen is, is als het ware een verwerkelijking van een van Italo Calvino's Onzichtbare steden. Hoe Calvino vol overtuiging en fantasie steden beschrijft opgebouwd uit de meest onmogelijke verbindingen, zwevende torens en op onlogische ligging, geeft nogmaals weer hoe mensen tegen architectuur aan kunnen kijken, vol verwachting, vol fantasie, nuchter en bedeesd, onverschillig en met desinteresse, geen vonkje geen vlam, niets zichtbaar, zonder emotie of juist met teveel. Hoe het ook zij, deze GECEKONDU's zijn zichtbaar een reflectie van hoe het ook kan, niet geprefabriceerde delen, geen goede cementfabrieken, geen geld, geen goed materiaal in voorraad. Slechts alles wat zo voor handen is, wordt gebruikt, autoband hier, staalplaat daar, stukken afgebrokkeld baksteen van een ander ingestort pand, doeken van de markt. Echter er werd zo hier en daar wel degelijk gebruik gemaakt van substantieel goed materiaal, de krachtswerking werd zeer zeker in ogen gehouden en gecontroleerd afgevoerd naar de grond. Evenwel een ervaring, te bouwen in-één-nacht. Wat voorheen als architectuur werd benoemd kan hier zeker van leren, ruimten blind, oprijsend achter enorme open ruimte met niks, gekoppeld aan minimale ruimte vol met alles, ruimte gecreëerd zonder wezenlijk materiaal, met haast niets.
Een eigenschap die deze gecekondu in hoge mate verwezenlijken is de kwaliteit van de huid, hoe zonder al te veel schoon materiaal, toch een huid creëren die met aanwezige zeggingskracht een duidelijk beeld kan schetsen van de situatie. Kwalitatief is het een en ander op te merken, ieder jaar zal opnieuw de hele gecekondu aan een voorjaarsschoonmaak onderworpen dienen te worden, van schilderen lijkt niemand ooit iets gehoord te hebben. Maar dat geeft het misschien juist wel zijn charme. Geen vastgelegde vorm, geen vastgelegde kleur, niets staat vast, alleen die ene nacht dan.
Schijnbaar willekeurig worden platen vol roest, onder de verf tegen de gevel geplaatst, nee de gevel zelf wordt hiervan gemaakt. Materiaal verkregen van blikvoer, de blikken worden opengeknipt en platgemaakt om ze vervolgens te gebruiken voor het huis.
De imaginaire fantasie die ontstaat bij het aanschouwen van een dergelijke vorm van 'instant-architecture' met de bedoeling van snel in een nacht en uiteraard niet geprefabriceerd, doet me aan het volgende denken: stel je eens een wereld voor, een land als Nederland. Qua bouwwijze ver gevorderd, hoge kwaliteit voor een lage prijs. Een initiatief ter bevordering van het 'gezellig' wonen als Vinex. En neem nu eens zo'n willekeurige wijk hierin. Wat zou er gebeuren als je hier nu juist in het toppunt van pre-fabricage, de creatie van het oh-wat-hebben-we-het-gezellig-gevoel, in je gedachten een gecekondu plaatste? Gewoon zonder bedoeling te concurreren in prijs of kwaliteit, maar als ervaring. Wat zou er gebeuren als je deze wijken zou doorspekken met vergelijkbare woningen? De ervaring van deze gecekondu en de 'normale' woningtypen naast elkaar zou ingrijpend zijn. De mate waarin de gecekondu een gevoel van werkelijk persoonlijke voldoening zou geven, naast de voldoening van het zelfbepalen van je interieur in een woning, creëert een tevredenheid. Wat zorgt er nu voor dat een gecekondu je meer laat realiseren, je bewust maakt van de woning waar je in vertoeft? Een vergelijkbaar principe ligt in het Wilde Wonen vertolkt. Hier wordt gesteld dat ter bevordering van wonen, eenieder op zijn kavel een meer gevarieerd woonobject kan bouwen, dat ook nog minder gehecht aan welstandscommissies is. Waar creativiteit ten top zou kunnen staan.
Een wezenlijk verschillend aspect van de gecekondu ten opzichte van de woonhuizen zoals die in ons bestaan aanwezig zijn, is de programmatisch indeling, of beter gezegd het bewuste gebrek hieraan. Iedere afzonderlijke ruimte in een gecekondu wordt 'ODA' genoemd, dus geen invulling van woon-, werk-, bad-, slaapkamer, geen aparte bewuste keuzes aangaande de creatie en indeling vooraf. Alle aanwezige ruimten zijn dan ook vrij indeelbaar en voor allerlei functies tegelijk geschikt. De veranderlijke invulling, de flexibiliteit van je eigen te maken keuzes zijn mogelijk door de min of meer gelijke proportionele en dimensionele gelijkheid van de ruimten. De 'oda' zijn dan ook tegelijkertijd woon-, werk-, slaap-, en eetvertrek, zoals in de geschiedenis van het Turkse woonhuis al aanwezig was. Op deze manier heeft het huis de mogelijkheid mee te groeien, 'zich te verplaatsen', tegen de bewoners, en tegelijkertijd kunnen de bewoners mee groeien met het huis, zich 'ermee verplaatsen'; Nodemische harmonie.
Wat maakt een GECEKONDU lijfelijker is dan de huidige Nederlandse Vinex woning? Verschillende factoren zijn van belang. Zoals reeds gezegd is het mee'groeien' met het object van belang bij de zelfexploratie, de zelfontdekking en bewustwording van de ruimte, zijn maten, hoogte, dikte, zelfs kleur, textuur en materiaal dragen hiertoe bij. Een wand van platgewalste blikken hondenvoer geeft toch een andere sensatie dan een geplamuurde wand. De identificatie met de ruimte door het voortdurend op zoek gaan naar een geschikte indeling, een geschikte verdeling van meubilair, de juiste sfeer zoeken en creëren voor juist dat bepaalde doel. Stoeien met je huis, zo zou je het toch wel kunnen omschrijven. Tevens is het gevoel van Werk-er-aan-en-u-zult-tevreden-zijn een factor die in het verlengde hiervan ligt. De eigen creatie, zoals de gecekondu origineel in Turkije bevordert de zelfontplooiing, het actief werken aan je eigen stulp. Door deze voortdurende zoektocht die je aangaat met het concrete, het schijnbaar vastliggend gegeven, creëer je een geest in het huis, die maakt dat het 'Jouw' huis wordt. Je zou het kunnen vergelijken met het Homesite-gevoel, hiermee duid ik op de geestelijke invloed die je als mens hebt (en ook zoekt!) in de creatie van een thuis, een gevoel dat je hebt bij dat basketbalveldje waar je in je jeugd iedere week te vinden was, of juist dat bepaalde trappenhuis in de Kalsdonksestraat 31a waar je iedere zaterdagavond met je vrienden een stickie rookte, het gevoel dat 'hangjongeren' bij hun hangplek hebben, alleen zonder negatieve klank dus in de goede zin van het woord. Deze 'geest', deze wolk van bekendheid is wat eenieder waarschijnlijk wel ooit in zijn leven een keer heeft ervaren. Maar wat maakt deze plek nu juist het typerende basketbalveldje waarbij je het gevoel wél hebt, terwijl het straatje achter school 'het' nu net niét heeft?
Dit samenspel hangt af van meerder factoren, die uitsluitend met elkaar kunnen zorgen voor het gewenste gevoel, zoals de geur die er hangt, het gevoel van veiligheid, of juist stiekemheid kan oproepen. Toegegeven dient te worden dat een dergelijke plek voor eenieder verschillend kan zijn, zodat de een het wel en de ander het niet voelt bij een dergelijke lokatie. Het kan liggen aan juist het type 'vrienden' dat er komt, het soort wijk, de bouwvalligheden ernaast, het oncontroleerbare dus weer het stiekeme, of juist het opkijken tegen de grote broer en meegaan en opgezogen worden in het sfeertje. Moeilijk aan te stippen, en zeker niet eenduidig. Een vergelijking valt te trekken met de derde laag overlevering en overgave reeds eerder besproken bij het stedebouwkundige probleem en indeling van de lijf-stad. Hierin wordt, zoals ook menig architect reeds heeft benadrukt, het in-between, het tussen of hoe je het wilt noemen gesteld. In ieder geval is die ruimte niet van tevoren bedacht, die juist voor een extra motivatie kan zorgen, een extra mate van optimale benutting, namelijk die van iedereen. Geen vast gegeven, geen vaste indeling, vrij te gaan en staan en vooral te doen waar je op dat moment de ruimte het geschiktst voor vindt. Hoe dit vorm te geven in een concrete opdracht voor laten we zeggen een stedelijk plein, of winkelcentrum is nu juist de moeilijkheid. Hoe kan je namelijk iets bouwen, ontwerpen, waarbij je rekening houdt met het onmogelijke, met het onvatbare, het onvoorspelbare? Creatie zonder voorbedachte rade.
Daar geest tevens een tussenweg behuisd die niet aan te stippen is, waar geen klein kamertje voor zit. Niemand heeft bedacht dat je geest komt. Waar bevindt deze zich dan? In een tussengebied tussen lichaam en leven en dood. Een schaduwgebied waarin juist het gevoel gesloten ligt, de 'spirit', die je onderscheidt van het dode en het zielloze. Vergelijkbaar met de creatieve werkwijze van kunstenaars, dus op gevoel, het laten spreken van je emotie gecombineerd met de broodnodige rationaliteit die je weloverwogen laat handelen. Het creëren van een van tevoren onbekend gegeven is een zware taak. Echter het bewust niet iets doen, is ook iets doen! Gebruikmakend van verschillende elementen kunnen ervoor zorgen een leefomgeving te creëren met wel dat gevoel van vrijheid, van het onvoorspelbare. Bij de gecekondu gebeurt dit ook. Zonder voorbedachte rade wordt een eerste opzet gebouwd, echter als blijkt dat het gevestigde object niet langer voldoet en volstaat, maakt men moeiteloos van een patio een overdekte ruimte, gebruikt men de boom rechts van het huis als nieuwe scheiding. Hier ontstaat dan ook een continu proces. De creatie bevestigt zich in de tijd, terwijl hier haast huizen gestempeld worden om zo vlug mogelijk in te trekken, zonder werkelijke invloed in hoe het woonobject in te passen in jouw specifieke levenswijze, geen mogelijkheid met de tijd in de hand te kijken, te onderzoeken, hoe het geheel zodanig te bewerken dat het je volstaat. Vlug, vlug en snel! Als onkruid worden de huizen uit de grond gestampt, zonder besef, geen idee van wat er gebeurt. Laten we nu eens meer kwalitatief en minder kwantitatief denken, laten we voorop stellen datgene dat werkelijk belangrijk is, dat je je in je woonobject, hoe het er ook uit ziet, thuis voelt. Op je gemak, bedachtzaam in de ruimte die je hebt, nadenkend over jouw huis. Creëren van mogelijkheden, zoals in de gecekondu nagedacht wordt en beslist wordt weer een extra vertrek te betrekken door te overkappen. Kwaliteit zou vanzelfsprekend moeten zijn en niet kwantiteit. Kwaliteit in de juiste zin van het woord, naast de konstruktieve en functionele zin, meer de beleving en gemoedsbevordering, de lijfelijke relatie tussen het object en zijn bewoner. De waarde ligt niet besloten in het aantal kubieke meters, maar echte waarde is die van de bouwers in Turkije, een persoonlijke band wordt gecreëerd, het gevoel spreekt! Dit is echte waarde.