"De schilder kan niets anders dan de wereld -al schilderend- verlijfelijken; dat lijf brengt hij niet zomaar mee alsof het een lichaam zou zijn. Lichamen kan men inderdaad verplaatsen, meten, wegen of achter zich laten. Dat telt niet voor lijfelijkheid. Die is geïmpliceerd als wij ter sprake komen of als we ons in de wereld begeven of als iemand ons aankijkt. Schilders (en dichters) zij eigenlijk lijfelijk anders dan andere mensen die niets maken of, stouter uitgedrukt, van hun leven niets maken." citaat van Jacques de Visscher
Het LIJF dat ergens zweeft tussen lichaam en leven Het lichaam dat lijfelijk wordt door een emotionele band De etalagepop die niet dood is, maar levenloos Het leven dat zich doet vertrouwen De ontastbaarheid die het virtuele netwerk heeft De noodzaak dat het leven wordt vastgelegd De pooier die zijn mercedes zijn schatje noemt Het geloof dat doet leven De tijdelijkheid die het proces onvergankelijk maakt De ratio die de complexiteit niet vindt Het gevoel dat niet kan verwerken Het vertrouwen dat niet hechten kan De aanname die geen originaliteit heeft De opgelegde vorm die de groei remt De climax die vastligt in foto's, gemaakt op de opleveringsdatum De piramide die zich heeft ontdaan van tijdelijkheid
Het is het lijf dat dwars door elke opgelegde vorm drukt. Ongevreesd mee in het proces. Als een ontketende rivier laat zij zich leiden zonder te stoppen. Soepel en krachtig tart zij de omgeving. Voordurend blijft haar bonkend hart het ritme volgen. Zij is het levende lichaam dat verheven is van het tastbare. Haar grip blijft immer in stand.
Stiekem wordt zij veroverd door haar lusten en worden overlevingsprikkelen gesmoord, als haar angsten worden overwonnen. Zoals zij haar prooi blijft doden, worden deze gevoelens verorberd. Haar lichaam is namelijk onlosmakelijk verbonden met haar emotie. Haar vormen kunnen spreken, daarmee staat haar fysieke conditie in het verlengde van haar geestelijke. Evenzo kent zij geen genade, doch laat zij zich altijd leiden. Hiermee zal zij binnen de basis van haar genen nooit verstrengeld raken in haar identiteit.
Architectuur is zowel een oplossing van een som als de trend van een cultuur. Maar toch gaat zij verder dan een modeverschijnsel en zijn haar uitkomsten ontelbaar. Prioriteiten die we aan een bouwwerk stellen bepalen zijn vormen. Een emotionele waarde bepaalt hierbij het succes van datgene dat levenloos is. Een gebouw als object wordt als een teddybeer voor een kind. (Een emotionele band opgebouwd vanuit o.a. vertrouwen, trots en herinneringen.) Het gebouw wordt ontdaan van zijn verschijningsvorm en in ons hoofd statisch gemaakt. Alleen bij verandering zal het proces van verlijfelijken herleven. Een huisdier is aantrekkelijk om te aaien, zijn vacht onthult buiten een volumieke proportie niets van zijn inhoud. Het lijf staat ter beschikking, maar wordt door haar oneindigheid verheven van het tastbare.