Het diagram is geenszins een werkelijk representatie van structuur of geometrie. Er is geen letterlijk verband tussen het diagram en de visualiteit van architectuur. Het diagram is vooral een representatie van ‘traces’, van herinneringen en onbewuste invloeden, het probeert een relationele eenheid aan te duiden, zonder uitspraken te doen over verschijningsvorm of constructie. Het diagram en het architectonische object hoeven geen overeenkomsten te hebben, het diagram is niet altijd zichtbaar in het object, de eigenschappen en indrukken ervan worden vertaald in een architectonische vorm zonder een werkelijke, letterlijke vertaling te zijn.
Architectuur bestaat uit twee condities, de voorafgaande, historische betekenis en de intrinsieke, inwendige waarde. De historische betekenis en relevantie van architectuur veranderd continu en is daarmee een evoluerend proces. De betekenis van architectuur in de tijd van de industriële revolutie en van nu tijdens het tijdperk van informatie verschillen logischerwijs van elkaar. De manier waarop architectuur opgevat wordt, bekeken wordt en bedoeld is, verschilt in elk tijdperk, door haar politiek, sociale, economische en culturele condities. De historische waarde is daarmee geen statisch gegeven, maar evolueert en veranderd in een continu proces. Deze instabiliteit heeft ook haar invloed op de intrinsieke en inwendige waarde van architectuur. Het diagram is hierin de vertaling van de intrinsieke waarde van architectuur en beschouwd en bespeeld daarmee de sociaal-culturele en politieke condities van de tijdsgeest van dat moment. Door dit spel met de condities van het heden en het verleden bestaat de mogelijkheid, door middel van het diagram, de toekomst van deze conditie te beïnvloeden door een continue reflectieve houding ten aanzien van deze intrinsieke waarde van architectuur. De historische conditie van architectuur is hierbij een noodzaak, daar zonder deze conditie geen kritische houding in te nemen valt ten aanzien van de diagrammatische ontwerpmethoden. Zonder historisch besef, kan geen kritische houding aangenomen worden ten aanzien van de architectuur. “Een diagram is geen plattegrond, evengoed is het geen statische entiteit. Het is eerder verwezenlijkt als een serie van energieën die de historische en intrinsieke waarde van architectuur gebruiken als een potentieel om tot nieuwe configuraties te komen.� [Peter Eisenman, Diagram Diaries, p37-38]