Ter ere van het emeritaat van Carel Weeber als hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft werd deze bundel hem als liber amicorum aangeboden. Carel Weeber – ‘Ex’ Architect is een bundeling korte bijdragen van auteurs die vanuit hun persoonlijke herinnering hun verhaal vertellen. In 27 korte bijdragen worden zowel projecten van Weeber als theoretische verdiepingen aangestipt. De bijdragen geven een beeld van de afgelopen veertig jaar van het veld waarop Carel Weeber zich als architect en professor heeft begeven.
Hoewel niet op alle ideeën, manifestaties, concepten ed. even diep wordt ingegaan, wekken de verklaringen en herinneringen wel tot een interesse naar meer kennis van het gegeven. Chronologisch en thematisch wordt de loopbaan van Carel Weeber als architect en als professor aan de Technische Universiteit Delft beschreven. De bijdragen beginnen met een overzicht van de tien jaren die Weeber als student aan de Technische Universiteit Delft doorbracht. Hierbij worden tevens zijn afstudeerproject (een ‘megastructure’ voor het Noordereiland in Rotterdam) en de prix de rome inzending van 1966 verwoord, die Weeber zelf nog tot zijn studententijd rekent. Vervolgens is een bijdrage uit Delftse School (16, 1967) geplaatst waarin Weeber zich uitlaadt over het architectuuronderwijs in Nederland, en met name aan de universiteit. Naast een reeks projecten en studies, zoals het Osakapaviljoen, Vietnam-Ziekenhuis, De Peperclip, De Zwarte Madonna, De Struyk en Gevangenis De Schie, zijn vervolgens ook een aantal herinneringen opgenomen over de tijd van Weeber in het onderwijs. Nadat hij tijdens zijn studie al als student-assistent werkzaam was, werd hij na het voltooien van de studie als wetenschappelijk medewerker aan de TU (toen nog TH) aangesteld, en vervolgens als stafdocent aan de academie van bouwkunst Rotterdam, docent aan de academie van bouwkunst Amsterdam, verschillende gastdocentschappen, als buitengewoon hoogleraar, voorzitter van de vakgroep, bestuurslid en opleidingsdirecteur en vice-decaan aan de faculteit bouwkunde van de TU Delft. Langs verschillende ogen wordt zijn tijd in het onderwijs bekeken en beschreven, en zoals vaker bij Weeber was dit niet allemaal even vlekkeloos. Verschillende intriges en haast complotachtige taferelen worden beschreven die allen even vertrouwd en interessant zijn om te lezen. De samenwerking tussen Weeber en Peter Struyken wordt meerdere malen aangehaald en uitgediept. Van weerszijden is een anekdote over elkaar geplaatst. Beide proberen inzichtelijk te maken waarom de samenwerking tussen genoemden voor hen zo bijzonder was, en waartoe het heeft geleidt (o.a. De Struyk, studentenwoningen Den Haag). Het geesteskind van Weeber uit de jaren negentig, het wilde wonen, ontbreekt uiteraard ook niet in de bundel. Bernard Hulsman bespreekt het wilde wonen aan de hand van zijn eerdere interviews met Weeber voor het NRC.
De bundel Carel Weeber – ‘Ex’ Architect is in de eerste plaats een ode aan de persoon en zijn verdiensten van de afgelopen veertig jaar, en heeft daardoor niet de geschiedkundige waarde van een overzichtsboek van het oeuvre van de persoon als architect, maar is zeker aan te raden voor iedereen die het proces van Weeber als architect door de jaren heen nader wil bekijken.